Interview met Esther de Bruijn

Onze klassen

“Iedereen moet weten dat we eraan komen. Ik heb de gehele gemeenteraad tot de burgemeester aan toe dezelfde mail gestuurd

Esther de Bruijn – Oprichter Stichting Liz

Stichting Liz in Lent is er klaar voor. De snoezelhoek is gereed en de kinderen van de basisschool en de kinderopvang beheersen al een aardig woordje gebarentaal. Laat de kinderen nu maar komen. Oprichter Esther de Bruijn: “Ik wilde per se in deze nieuwe, explosief groeiende, wijk starten, want hier is niets voor kinderen met een beperking. Je moet de brug over naar Nijmegen of naar Elst. Je kind integreert dan niet in de eigen omgeving.”

Aanleiding

Esther de Bruijn: “Ik werkte een aantal jaren geleden met kinderen met ASS (Autisme Spectrum Stoornissen) op een basisschool in Breda als muziektherapeut. Daar startten Claudia en Margot destijds stichting Mees. Daar worden kinderen met een beperking opgevangen in een eigen lokaal binnen een Brede School. Ik heb dat vanaf de zijlijn gevolgd en dacht: dit ga ik ooit ook zo doen. Mijn nichtje Liz is meervoudig gehandicapt. Dus ik weet ook vanuit mijn familie wat er met je gebeurt als zo’n kindje in de familie wordt geboren. Hoe moeilijk de zoektocht soms is om een goeie plek te vinden voor je kind. Je wilt dat je kind zoveel mogelijk meedoet in de maatschappij, ondanks haar beperkingen. Liz is onze mascotte, ons boegbeeld. De vader van Liz is ook nauw betrokken bij de stichting. Daarnaast werk ik al lang bij grote gehandicaptenorganisaties en zie dat het anders, beter kan. Het geld voor cliënten komt vaak op een grote hoop terecht waardoor zij niet krijgen waarvoor zij zijn geïndiceerd. Daarom ga ik het nu zelf doen. Het moet beter kunnen. Het eerste begin Mijn man zei: ‘het zit in jouw hoofd, dus jij moet het gewoon gaan doen!’ Mijn eerste stap was weer naar de meiden van stichting Mees. Hoe hebben jullie het gedaan? Waar begin ik? Zij adviseerden ook om contact te leggen met NSGK. Ik heb gemaild en kreeg al snel contact met Karin Zegwaard. Zij heeft mij in contact gebracht met de andere initiatieven, zoals stichting Zon in Bergen op Zoom en met Klas op Wielen in Alkmaar. Zij hebben mij in het begin heel erg geholpen bij het opstarten. Roeland Vollaard van Klas op wielen is als een coach. Ik kan hem dag en nacht bellen of mailen met mijn vragen. Ik wilde per se in de nieuwe wijk Waalsprong starten, want hier is niets voor kinderen met een beperking. Het is een enorm explosief groeiende wijk, er worden hier veel kinderen geboren en daar zullen ook kinderen bij zijn met een beperking. Maar als je een kind hebt met een beperking dan kun je hier nergens terecht in de wijk. Dan moet je de brug over naar Nijmegen of naar Elst. Maar je kind integreert hier niet. Een van mijn eerste stappen was ook om een bestuur op te richten. Daar helpt NSGK ook bij, want je moet wel aan bepaalde regels voldoen om een aanvraag te kunnen doen voor financiële ondersteuning. De rechtsvorm is de stichting en daarvoor heb je bestuursleden nodig. Degene die de dagelijkse leiding heeft of op de groep staat, mag niet in het bestuur. En ook geen familieleden. Je moet onafhankelijke bestuursleden zoeken, mensen die goed zijn. Die hebben we. Dan richt je de stichting officieel op bij de notaris. Dat was een mijlpaal.

Contact met scholen

De scholen reageerden wisselend positief. Ik stuurde een e-mail aan de directeur waarin ik mijn plan vertelde en voorstelde een afspraak te maken om er verder over te praten. Er kwamen verschillende reacties. Een school in Lent zei: wat een leuk initiatief, maar ons gebouw zit helemaal vol. Een andere school was in de opstartfase en alhoewel ze het een leuk initiatief vonden, konden ze het er niet bij hebben. Dat vond ik heel jammer, want omdat deze school nieuw ging starten paste mijn initiatief daar eigenlijk perfect bij. De Geldershof vond het meteen een geweldig plan. Ik had hier wel een voorsprong omdat ik de mensen goed kende omdat mijn eigen kinderen hier alle drie op school hebben gezeten. Er was wel een maar: ‘ons gebouw zit helemaal vol’. Maar zij wilden samen met mij kijken wat er wel kon. Toen bleek dat de kinderopvang (KION) een lokaal leeg had op woensdag en vrijdag en t.z.t. op maandag. Dat vond ik voldoende voor de opstart. Zo kan ik het langzaam opbouwen.

Opbouwen van een netwerk

Dan heb je een school en wil je in contact komen met ouders van kinderen met een beperking. Daarvoor moet je een netwerk gaan opbouwen. Netwerken is belangrijk en leuk om te doen. Bijvoorbeeld op LinkedIn heb ik iedereen die van belang kan zijn, uitgenodigd om lid te worden van mijn netwerk. Dat werkt heel goed. Je wordt zichtbaar. Hier in de wijk is een ouderinitiatief van ouders met een zorgintensief kind, dat heet ‘Gewoon anders’. Die heb ik meteen benaderd en zij reageerden enthousiast. Zij hebben niet de kracht en de tijd om met mij mee te denken en te doen, maar publiceren berichten van stichting Liz wel binnen hun netwerk. Een van mijn eerste afspraken was met de Gemeente Nijmegen. Ik heb me voorgesteld en aangegeven waarom stichting Liz een enorme aanvulling is voor de gemeente Nijmegen. Ik wist niet precies wie ik moest hebben, dus heb ik de hele gemeenteraad eenzelfde mail gestuurd, tot de burgemeester aan toe. Dat is meteen goed voor je bekendheid. Iedereen moet weten dat wij eraan komen, dat is gewoon heel belangrijk. Op advies van Klas op Wielen heb ik ook contact gezocht met alle grote zorginstellingen in de buurt. Mijn boodschap is: Ik ga niet met hen concurreren, Stichting Liz is aanvullend, een extra keuzemogelijkheid voor ouders. Contact met zorgaanbieders is belangrijk om ook kinderen met zorg in natura toe te kunnen laten. Het zorgkantoor zal met ons niet snel een contract afsluiten. Ze kennen mij niet en ik zal eerst moeten gaan draaien en laten zien wie we zijn. Ik moet dan onderaannemer worden voor grote zorginstellingen.

Onderaannemerschap bij een zorginstelling

De zorginstelling heeft afspraken met het zorgkantoor voor een bepaald bedrag voor het kind per maand. De zorginstelling factureert dat naar het zorgkantoor, ik factureer voor Brammetje die bij mij in de groep zit naar de zorginstelling. Het zorgkantoor betaalt de zorginstelling en de zorginstelling betaalt mij uit en houdt daar een percentage van in. Daarover moet je onderhandelen. Met een percentage tussen de 5 en 15 procent zit je goed. Ik heb met alle zorgorganisaties contact gezocht. Ik krijg daar over het algemeen positieve reacties op. Tegelijkertijd vraag ik aan een zorgorganisatie: u heeft misschien wel kinderen die nu op de dagbesteding zitten die naar mij kunnen. Dat is spannend. Het is goed om gericht te zijn op samenwerking, je moet geen concurrent willen zijn. Je werkt met kwetsbare kinderen, daar moet je niet over concurreren, is mijn visie. Je werkt samen en je kijkt met elkaar naar welke plek voor het kind het allerbeste is.

Met ouders in contact

Om bekendheid te krijgen bij ouders moet je de publiciteit zoeken. We hebben de lokale media benaderd met de vraag of ze een stukje willen plaatsen. Daarbij moet je volhouden, want dat doen ze niet allemaal. Wij worden een extra keuzemogelijkheid voor ouders en ik denk dat veel mensen al van ons weten. Wanneer hun kind al op een geschikte plek zit, dan zullen ouders dat niet zomaar veranderen. Ik ben er ook niet voor om dat te doen. Maar de ouders die hun kind het liefst op een reguliere school willen, die kunnen nu de kans grijpen. Daarom leg ik ook breder contact dan alleen met de zorgaanbieders. Je moet je potentiële doorverwijzers zoeken, juist omdat je ouders van een kind met een beperking moeilijk kunt vinden. Je moet de mensen zoeken waar zij komen, dus de huisarts, het consultatiebureau/de GGD, sociale wijkteams, MEE. Daar ben ik allemaal geweest om te vertellen wie ik ben en wat gaan we doen. Het gonst in het verwijzerscircuit. Ieder kinderdagverblijf en elke school moet weten dat wij er zijn. Ik kreeg al een aanvraag van een jongetje dat in een kinderdagverblijf zat. Ze vroegen of ik eens kon komen kijken. Dat heb ik gedaan. Het is een jongetje met autisme dat perfect bij ons terecht kan. De stap voor ouders is heel groot, want het is hun eerste kindje, zij hebben geen vergelijk. Hij gaat naar het kinderdagverblijf en vertoont daar gedrag dat de ouders normaal hebben gevonden en dan krijgen zij te horen dat het niet zo normaal is en dat hun kind daar misschien niet kan blijven. Maar dan is het misschien heel fijn om te kunnen zeggen: je kunt wel terecht bij Stichting Liz.

Samenwerkingspartners

Om me te onderscheiden van de grote zorginstellingen heb ik samenwerking gezocht met het academisch gezondheidscentrum Thermion, daarin zitten allerlei hulpverleners. Ik ben daar gaan praten om te vertellen dat ik er ben en dat ze kunnen doorverwijzen, maar ook dat de logopedie, oefentherapie, fysiotherapie, kinderpsycholoog, allemaal zelfstandig gevestigd, bij mij op de groep kunnen komen. Hele korte lijnen. Stel een kind heeft logopedie nodig, dan kan dat hier op de groep plaatsvinden en wij pakken de oefeningen dan meteen op. Ouders hoeven niet meer met het kind naar de logopediste. Natuurlijk kunnen ze ook hun eigen zorgverlener kiezen. Bij een grote zorgaanbieder kun je niet kiezen, hier wel. Hier in Lent heeft zich net een orthopedagoog gevestigd en ik kan haar bellen als ik haar nodig heb. Zo werken we ook samen met een gebarentaalcoach die haar eigen praktijk heeft. Zij schoolt ons als team, kan workshops geven, 1 op 1 met kinderen werken. We werken heel veel met gebaren. Dat kan al vanaf de babyleeftijd. Mijn ervaring is wel dat je zelf moet ondernemen, contacten leggen. Niemand komt bij jou aanbellen. Hoewel ik nu wat bekender wordt en zorgverleners mij wel weten te vinden om samen te werken. Er zijn hier veel kleine praktijken van kinderyoga tot speltherapie. En al die eenmanspraktijken zoeken mij, want ze zien in mij ook een bron van inkomsten. Ik hoor iedereen aan, maak voor iedereen tijd en dan kijk ik: past dit of niet. Ik ben selectief en blijf bij mijn eigen gevoel. Ik word ook benaderd door mensen die bij mij willen werken. Stagiaires staan ook in de rij. Voor het MBO heb je een erkenning nodig, die heb ik inmiddels.

Personeel

Voor de begeleiding van de kinderen zoek ik mensen die een HBO SPH of Pedagogiekopleiding hebben. Het hoeft niet perse HBO te zijn, soms kun je een MBO’er hebben die beter presteert dan een HBO’er. Een goede MBO’er die een SPW opleiding heeft op niveau vier (nu MMZ) laat ik wel op gesprek komen. Ik kijk naar de mens die ik voor me heb. Ik wil een mens met passie, die hetzelfde gevoel uitdraagt voor Liz als dat ik heb. Dus naast de kwalificaties die je gewoon nodig hebt om hier te kunnen werken, moet ik een klik met diegene hebben.

Contract

De kosten zijn in het begin veel hoger dan de inkomsten. Hoe bied ik iemand wat zekerheid, maar voorkom ik tegelijkertijd risico voor stichting Liz? Daarvoor kan ik kiezen uit een 0-uren contract of een min/max contract. Wil je nog minder risico nemen dan kun je voor het uitzendbureau kiezen, is wel ietsje duurder. Al die mogelijkheden ben ik nu aan het onderzoeken. Voor de boekhouding heb ik contact gezocht met een administratiekantoor. En die doet het gratis. Die kunnen het fijn op hun website zetten. Je krijgt vaak nee, maar ook weleens ja.

Stimuleren van de ontwikkelingsmogelijkheden

Ik wil uit de kinderen halen wat erin zit. Kinderen met meervoudige beperkingen worden nogal eens onderschat. Teveel prikkels is te druk, daardoor staan ze buiten de maatschappij en zien ze alleen andere kinderen met een beperking. Ik ben er van overtuigd dat de interactie met kinderen zonder beperking altijd goed is. Het blijkt ook uit de andere initiatieven dat de kinderen zich beter ontwikkelen, alerter zijn, je gerichter aankijken, gerichter bewegen, meer ontspannen zijn. Het is belangrijk om goed naar het kind te blijven kijken. Het voordeel van onze kleinschalige opzet en het zoveel mogelijk individueel met de kinderen werken, is dat wij ook de rustmomenten kunnen bieden. Op woensdag hebben we een goede interactie met de peuters hiernaast. Daar hebben wij geluid en gezelligheid van. Als het te druk is kunnen we de tussendeuren dicht doen. Maar als het gewoon gezellig is, gaan de tussendeuren open. En ’s middags is die groep leeg en kunnen we beide lokalen gebruiken. Ieder kind kan leren. Daar kan je nooit ver genoeg in gaan. Je kunt pas zeggen dat iets niet kan als je het geprobeerd hebt. Als het te hoog gegrepen is, kun je het aanpassen. Ook al is Stichting Liz geen onderwijsinstelling, voor onze eigen expertise vind ik het wel belangrijk dat we er iemand bij hebben met een didactische achtergrond. De vrouw van onze secretaris is leerkracht op de basisschool. Zij denkt heel erg mee en dat vind ik erg belangrijk. Wij zijn goed in zorg verlenen en dagbesteding bieden, maar we willen ook uit het kind halen wat erin zit. Met onze kinderen gaan we ook kijken of ze kunnen schrijven, daar zijn prachtige methodes voor van bijvoorbeeld Letterplein: Hoogvliegers of Leespraat wat veel gebruikt wordt bij kinderen met het syndroom van Down. Methodes voor leren lezen en schrijven door mensen met een verstandelijke beperking. Die modules kun je gewoon kopen en daar gaan wij natuurlijk mee aan de slag. Lezen is bijna het allerbelangrijkste dat je kunt leren.

De kinderen

Kinderen van 0-4 en van 4-12 kunnen bij ons worden aangemeld. Ik vermoed dat wij vooral aanvragen van ouders van jonge kinderen zullen krijgen. Dit is een jonge wijk, en de wat oudere kinderen zitten mogelijk al op hun plek. Er zullen kinderen zijn die jong bij ons komen en weer uitstromen, mogelijk naar speciaal onderwijs en misschien zelfs wel naar regulier onderwijs. Maar er zullen ook kinderen zijn met een leerplichtontheffing. Die Zij kunnen de hele basisschoolperiode bij ons blijven.

Anders dan Klas op Wielen in Alkmaar richten wij ons niet alleen op kinderen met een ernstig meervoudige beperking. Stichting Liz lijkt daarin op Stichting Mees. De kinderen van de Klas op Wielen zullen nooit uitstromen, net als bij Stichting ZON, zij vangen uitsluitend kinderen op met een leerplichtontheffing. Bij Stichting Liz zijn ook kinderen welkom die straks naar school gaan. Bij elke aanvraag bekijken wij of het kind in de groep past en wat we het kind kunnen bieden. Het gaat om een goede match met de kinderen die er al zijn. Als er bij ons een kindje komt met een flinke autistische stoornis, die op z’n zesde mogelijk naar het speciaal onderwijs kan, dan juichen wij dat toe.

Aansluiting bij de school

Met de kinderen zoeken wij de aansluiting met de basisschool. Hebben wij bijvoorbeeld een kind in de leeftijd van 7-8 jaar, dan sluiten wij aan bij groep 4. Wij gaan zoveel mogelijk mee in het gewone leven. Ieder kind heeft er recht op om naar school te gaan en te leren, ook kinderen met een beperking, hoe zwaar je beperking ook is. Als je 0 bent kun je naar de kinderopvang, als je 2 bent ga je naar de peuterspeelzaal, als je 4 bent naar de kleuterschool en als je 12 bent ga je van school af en naar het voortgezet onderwijs. Dat willen wij op termijn ook gaan aanbieden. Een vervolgklas starten in het voortgezet onderwijs. Zodat we aanbod te bieden hebben voor 0-18 jarigen. Je hoeft niet te blijven, maar als Liz de beste plek blijkt te zijn, dan kun je hier gewoon blijven. Voor ieder kind een eigen traject. We draaien van tevoren een dag mee met de kinderopvang en een dag mee op school. Daardoor wordt duidelijk: hoe draait het, wat doen we, wanneer spelen we buiten, wat zijn goeie momenten om aan te sluiten bij de klas. We zien de leerkrachten van de school op het plein en in de lerarenkamer. Het zal vast zo gaan dat een leerkracht zegt: ik heb straks een leuke activiteit, kun je misschien aansluiten met een kindje van Liz? En andersom zal ik zeggen: ik kan deze week wel twee leerlingen van groep 8 hebben, want ik ga dit of dat doen. Of als er kinderen met een rolstoelbus komen, dan wil ik groep 8-ers hebben die de kinderen ophalen uit de bus en naar de klas brengen. Zo starten de kinderen met elkaar de dag op. Zo betrek je iedereen erbij. Kinderen van groep 4 komen hier in de groep, kinderen van groep 8 ook en wij gaan ook daar naartoe. We gaan zoveel mogelijk mee met wat hier op school gebeurt. We hebben met de steun van NSGK een snoezelhoek gekocht. Daar zijn we ontzettend blij mee omdat we zo een mooie rustplek hebben kunnen creëren in onze klas. De kinderen van de Liz groep snoezelen op het verwarmde waterbed en dat vinden ze heerlijk. Ook de kinderen van de kinderopvang en basisschool snoezelen graag met onze kinderen. Dat is een mooie interactie. Verder schaffen we met de bijdrage heel gericht spel- en leermaterialen aan voor onze kinderen. Dat doen we specifiek per behoefte. Bijvoorbeeld: we krijgen nu een jongetje in de klas dat naast zijn meervoudige handicap ook blind is. We zullen voor hem speciaal materiaal aanschaffen waar hij mee kan werken en spelen. Zo kunnen we echt vraaggericht werken, want dat is waar we voor staan.

Voortraject met de school

We gaan niet gelijk met vijf rolstoelen voor de klas staan. Dat bouwen we heel rustig op. In het begin lopen we eens door de gang en dan gaan we eens over het plein, dan komen we eens met een kindje in de klas, dan ben je nog veilig in je eigen klas met je eigen juf en klasgenootjes. Ik hoorde van Stichting ZON dat zij de eerste twee weken heel veel vragen hebben gehad van de kinderen. Wat doet zij? Waarom kan zij niet praten? Waarom kwijlt ze zo? En na twee weken keek niemand er meer van op. Ik liep met Nienke en haar moeder door de school en de kinderen riepen: ‘Hoi Nienke!’ en ‘Hé Nienke, ik zag jouw broertje laatst nog’. En Nienke zat te stralen. Dat is het voor mij. Heel normaal. Nienke kon de bocht niet door, want de gang lag vol met gymschoenen, dan komen er twee kinderen die gymschoenen oprapen en dan hebben we lol.

Handicap in de les

Het lespakket van Handicap in de les van NSGK (www.handicapindeles.nl) kan helpen in het voortraject voordat de kinderen komen, om de kinderen van de school voor te bereiden op hun komst. Voor de hele jonge kinderen heb ik een boek van de Snoezelbrigade dat over dieren gaat. De een kan iets niet en de ander wel en dan helpen ze elkaar, heel gewoon. Ja dat voortraject gaan we heel zorgvuldig doen. Van jou als volwassene wordt verwacht dat je normaal omgaat met mensen met een beperking, maar als je dat in je hele kindertijd nog nooit gezien hebt en je wordt er op een gegeven moment mee geconfronteerd, kun je dat echt spannend vinden. Als ik met iemand met een beperking over straat loop merk ik dat ook. Ik kan dat niet oplossen, maar er wel een flinke steen aan bijdragen dat het gewoon wordt.”

Voor meer informatie:
https://www.facebook.com/stichtingliz
http://www.stichtingliz.nl/

Interview met Esther de Bruijn
11/09/2019
Joke Visser