Interview met Marjon de Vries

Onze klassen

“Onze kinderen horen er helemaal bij. Leerlingen van de basisschool komen in de vakanties helpen”

Marjon de Vries – Oprichter Stichting Bram

Marjon de Vries is ervan overtuigd dat haar zoon Bram zich het best zal ontwikkelen op een plek waar kinderen met en zonder beperking samen leren. Daarom richt ze drie jaar geleden Stichting Bram Ridderkerk op. In september 2013 gaat de eerste speciale klas met meervoudig gehandicapte kinderen van start op Openbare Basisschool De Botter. Ruim een jaar later zijn alle betrokkenen – kinderen, ouders, onderwijzers – laaiend enthousiast. “Je krijgt iets geheel nieuws op de school, zowel voor de kinderen als voor de ouders.”

Onverwacht bezoek

Het is gezellig bij Stichting Bram als we een dagje mogen meelopen. Het kleurrijke lokaal is prachtig ruim en aantrekkelijk ingericht. In de gang hangt een vlag van NSGK. Op vaste momenten komen kinderen van de basisschool om te spelen of te leren. Af en toe is er ook onverwacht bezoek, bijvoorbeeld van de schooldirecteur die nieuwe leerlingen en hun ouders rondleidt of van een jarige die komt trakteren. Ook gaan de kinderen van Stichting Bram (SBR) op gezette tijden naar een klas van de basisschool. Die wisselwerking is precies wat Marjon de Vries op het oog heeft als ze de SBR opricht. “Toen Bram drie jaar oud was, ontdekten we dat hij geluiden van andere kinderen heel erg leuk vond,” vertelt Marjon. “We gingen op zoek naar een geschikte plek voor hem in de regio en zagen prachtig ingerichte Kinderdagcentra, maar de kinderen die daar werden opgevangen maakten of weinig geluid of geluiden waarvan we liever niet wilden dat Bram ze zou overnemen. Bovendien weet ik vanuit mijn onderwijsachtergrond dat kinderen voorbeelden nodig hebben om te leren. Als je wilt dat kinderen gaan communiceren, gaan praten, dan moeten ze dat om zich heen zien gebeuren. Ze moeten dat de hele dag door ervaren en er tussenin zitten. Dan wordt de kans vergroot dat ze het zelf ook gaan doen.“

Flexibiliteit

Voor Marjon is het snel duidelijk: Bram moet ook in contact komen met kinderen zonder beperking en dus moet er een speciale setting binnen het reguliere onderwijs komen. Het laatste duwtje komt na een bezoek aan Klas op Wielen in Alkmaar. Daarna start ze met de concrete voorbereiding en neemt daar ruim anderhalf jaar de tijd voor: “Ik wilde het goed opzetten. Nauwkeurig bekijken welke therapieën en therapeuten ik nodig zou hebben. Flexibiliteit organiseren zodat het individuele kind centraal staat en niet het programma van die dag.” Ze schrijft een ondernemingsplan en een beleidsplan. Met die papieren gaat ze de boer op, naar alle basisscholen, de Ridderkerkse politiek en naar mogelijke sponsors. Mensen reageren welwillend, maar afwachtend: ‘Eerst maar eens zien.’ Ook Marjon zelf vraagt zich af of het eigenlijk wel goed zal werken voor Bram. Om dat uit te testen, begeleidt ze Bram voor een periode van twee jaar op een reguliere peuterspeelzaal. De test slaagt. “Kinderen pakken het feilloos op en na twee dagen vraagt niemand meer waarom Bram in een rolstoel zit. Dan komen ze helpen om hem de klas in te rijden. Zo klein als ze zijn. En, als het niet lukt roepen ze er twee bij om te helpen.”

De Botter

Ze ervaart wat het effect is op andere kinderen: “Kinderen van zijn erg op zichzelf gericht, ze spelen voornamelijk nog naast elkaar in plaats van samen. Maar hier zagen we dat er aandacht was voor Bram, dat hij bij het spel betrokken werd. Dus sociaal gezien was dat een heel andere reactie dan wanneer er twee peuters naast elkaar spelen en met elkaars speelgoed willen spelen.” Gesterkt door de goede ervaringen op de peuterspeelzaal, gaat Marjon op zoek naar een school in Ridderkerk met ruimte voor een speciale klas. De directie van OBS De Botter is enthousiast als ze haar plannen ontvouwt. Zij vragen Marjon in contact te treden met de leerkrachten want die zullen het immers moeten gaan doen.

Geen extra werk

Marjon houdt presentaties voor de leerkrachten, de ouderraad, de medezeggenschapsraad en voor de ouders. “De leerkrachten waren overwegend positief. Dat is echt een voorwaarde om te kunnen starten. Sommigen dachten aanvankelijk: O jee, wat krijg ik er nou weer bij. Dat ik zelf leerkracht ben geweest is heel voordelig, omdat ik weet waar ze mee zitten, dat je als eerste duidelijk moet maken: jullie krijgen er geen extra werk aan. Jullie zijn verantwoordelijk voor je eigen groep, je eigen kinderen en wij zorgen voor ons kind en we spreken het goed af met elkaar. Voor de ouders gold eigenlijk hetzelfde. De boodschap was: de komst van onze kinderen is een verrijking voor jullie kinderen en gaat niet ten koste van de aandacht voor jullie kinderen.” Inmiddels draait SBR met betaalde krachten en vrijwilligers die een achtergrond hebben in het onderwijs, de pedagogiek of de zorg. SBR is ook een geliefde stageplek voor stagiaires van het MBO, HBO en de universiteit. Na een intensieve begeleidingsperiode streven zij ernaar dat ook de stagiaires en vrijwilligers gericht met de kinderen kunnen werken. In de praktijk blijkt dat er zelfs meer aandacht is voor de kinderen van de basisschool. Marjon: “ Je werkt vaak met een groepje kinderen, dan kan de leerkracht zich op andere kinderen richten. Soms vraagt de leerkracht me iets te doen met meerdere kinderen uit de klas: ‘kun jij met Bram en een kleine kring bij de verteltafel aan de slag.’ Dat is een basisschoolactiviteit die prima bij onze kinderen past.”

Therapeuten

Vanaf het allereerste begin onderhoudt SBR goede contacten met een aantal gespecialiseerde zorginstellingen in de regio en kan daar altijd terecht voor advies. Daarnaast werkt de stichting nauw samen met een aantal (para-) medische praktijken: zorgverleners (fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, muziekagoog, verpleegkundige en ambulante begeleiding voor blinde, slechtziende en meervoudig (visueel) beperkte leerlingen vanuit Bartiméus) behandelen de kinderen op de locatie van Stichting Bram. Grofweg elk kwartaal komen alle therapeuten samen om de situatie van elk kind te bespreken. Welke ontwikkelingsdoelen zijn gehaald en aan welke gaat het volgende kwartaal gewerkt worden? Deze doelen worden besproken met de ouders en vastgelegd in een werkplan. Op basis hiervan stelt Marjon dagelijks een dagrooster op, waarin het programma en wie met welk kind aan welke doelen werkt nauwgezet worden beschreven. Marjon: “Dit om te voorkomen dat de kinderen enkel een dagbesteding, een leuke dag hebben gehad.”

Jody de Haan is pedagoog. Zij werkt vijf dagen per week als vaste kracht bij SBR. “Geen dag is hetzelfde. We werken een dagdeel zoveel mogelijk met een vast kind, bieden het kind een vaste begeleider. Je bent continu aan het observeren, zoeken naar een ingang en hoe je het beste kunt aansluiten bij het kind. Onze activiteiten zijn erop gericht om de ontwikkeling van de kinderen te stimuleren. Ik zou me geen raad weten als ik de hele dag met de kinderen moest gaan snoezelen. Wel als rustmoment, maar niet als dagvullende activiteit om kinderen te stimuleren.”

Kinderen die hier passen

De eigenlijke doelgroep van SBR is meervoudig gehandicapte kinderen in de leeftijd van 3-12 jaar. Maar Marjon zegt liever: “Wij zijn voor kinderen die hier passen. Binnen en buiten de doelgroep zijn er altijd uitzonderingen. Levi en Dean horen eigenlijk niet tot onze doelgroep, maar het zijn wel kinderen die overal buiten vallen en in deze regio geen geschikte plek kunnen vinden. Als we geen wachtlijst hebben, zijn kinderen als Levi en Dean welkom. Tot ze leerplichtig zijn geven we hen de beste basis mee en zoeken we samen met ouders een geschikte vervolgplek binnen het speciaal onderwijs of, vanwege passend onderwijs, het regulier onderwijs.”

Financiering

De kans is op dit moment echter klein dat Levi en Dean vanuit Stichting Bram naar de basisschool kunnen blijven gaan omdat daar geen financiering voor is. Potjes voor onderwijs en zorg zijn strikt gescheiden. “Jammer,” zegt Marjon, “want dat zou een heel mooie vorm van passend onderwijs zijn.” Hiermee snijdt Marjon een lastig onderwerp aan. Het is een hele puzzel om de boel financieel rond te krijgen. Stichting Bram werkte vanaf de start in 2013 alleen op basis van het PGB (Persoons Gebonden Budget). Het goede nieuws is dat de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk in 2015 een zorgcontract hebben afgesloten met SBR. Hierdoor kunnen de kinderen die in deze gemeenten wonen ook hun zorg op basis van ZIN (Zorg in Natura) inkopen. Ook de financiële bijdrage van de NSGK is belangrijk. Marjon: “Hiermee hebben we aangepaste stoelen kunnen aanschaffen die helemaal voldoen aan de ondersteuning die de kinderen nodig hebben. Daarnaast hebben we een bedbox gekocht die de kinderen een veilige plek geeft om zich in terug te trekken, te ontspannen, maar waar ook in gewerkt kan worden. Ook hebben we een gezamenlijke eettafel aangeschaft waarin een speciale buikuitsparing voor de kinderen is gemaakt zodat ze comfortabel aan tafel kunnen zitten. Tot slot hebben we twee kleine werktafeltjes aangeschaft met speciale tafelbladen die omhoog gezet kunnen worden voor de kinderen met een visuele beperking. Bij de tafeltjes horen twee aangepaste stoeltjes die voor verschillende kinderen dagelijks worden ingezet. Naast de financiële bijdrage heeft de NSGK er ook voor gezorgd dat we ons gesteund voelden, wat ons heeft gestimuleerd om vooral verder te gaan in het opzetten van dit bijzondere project. Het vertrouwen vanuit de NSGK in Stichting Bram heeft er zeker ook voor gezorgd dat andere sponsors ook bereid werden om Stichting Bram financieel te ondersteunen. We zijn er trots op dat we NSGK als hoofdsponsor van Stichting Bram kunnen noemen.”

Gezamenlijk onderwijs

De materialen in het lokaal van Stichting Bram zijn ook interessant voor basisschoolleerlingen. “Elke woensdag komen hier twee kleuters. Dan moet ik wel materialen hebben en activiteiten doen die beide groepen kinderen aanspreken. De kinderen van de basisschool spelen hier niet vrijblijvend. We willen ze ook wat meegeven op sociaal of motorisch niveau. Een aantal kleuters kent de kleuren bijvoorbeeld nog niet zo goed en die oefenen ze nu met Levi en Dean, een jongetje met Down. Zo heb je een wisselwerking met het gewoon onderwijs. Zo leren de kinderen hier samen, dan heb je inclusie. Anders ben je een groepje dat erbij is. Dan kom je met een kindje erbij. Er is nu een wederzijdse betekenis. Die is er voor ons, maar zeker ook voor de basisschool omdat deze kinderen hier kunnen spelen omdat wij de rust en de ruimte hebben.” “Onze kinderen worden hier op handen gedragen,” zegt Marjon. “Het werkt dat de kinderen van de school hier mogen komen om te helpen. Wij vinden het leuk dat ze komen en zij voelen zich nuttig en gewaardeerd. Ouders komen soms langs met speelgoed. Als Bram hier door zijn opa en oma wordt opgehaald, lopen zij stralend achter de rolstoel. Ze horen alleen maar: hoi Bram, hé Bram. Kinderen die tegen hun ouders zeggen: dat is Bram, het is helemaal niet raar of zielig. Je krijgt iets geheel nieuws op de school, voor ouders en voor kinderen.”

Liever geen vakantie

De belangstelling om naar de SBR te komen, is groot onder de basisschoolleerlingen. Elke groep heeft een vast tijdstip waarop steeds twee kinderen meedoen met het programma van Stichting Bram. In de bovenbouw zijn daarvoor intekenlijsten opgehangen. Ook de intekenlijsten voor tijdens de schoolvakanties zijn vol. Marjon: “Als er een gaatje is wordt dat direct gevuld door kinderen die die week al een keer zijn geweest. Sommige kinderen balen wanneer hun ouders een vakantie hebben gepland precies in de week dat het hun beurt was om hier te zijn.” Naast de dagelijkse uitwisseling, delen de kinderen van Bram en de Botter ook feestelijke momenten en uitstapjes, zoals de komst van Sint & Piet, het kerstdiner, de schoolfotograaf, schoolreisjes en de Kinderboekenweek. Marjon: “Maandag gaan we bijvoorbeeld mee met de kleuters naar een voorstelling. We hadden een begeleider te kort en nu gaan daarvoor twee kinderen uit groep 7 mee. Dat is zo geweldig dat dit hier kan. Zo makkelijk kan het dus gaan als alle partijen willen meewerken. Je kunt dit niet zomaar op elke willekeurige basisschool doen. Alle leerkrachten moeten er iets in zien en de ruimte hebben om soms van hun programma af te wijken.” Er zijn inmiddels steeds meer soortgelijke initiatieven als SBR in Nederland en eens in de zoveel tijd komen ze bij elkaar. “Dan wisselen we ervaringen uit, helpen we anderen op weg.” Elk initiatief werkt vanuit hetzelfde concept – binnen een basisschool – maar met een eigen uitwerking. “Ik denk dat het ook goed is,” zegt Marjon. “ Iedereen heeft andere kwaliteiten, een andere achtergrond. De Klas op Wielen is opgezet door een fysiotherapeut. Stichting Bram vanuit een onderwijsvisie. De kinderen die hier zitten passen hier goed, maar zouden misschien minder passen bij de Klas op Wielen. Ik denk ook niet dat je allemaal klonen van Klas op Wielen of Stichting Bram moet maken. Er moet binnen dit concept flexibiliteit zijn, dat houd je scherp. Dat geldt ook nog steeds voor ons. Het wil helemaal niet zeggen dat we het over twee jaar hetzelfde doen als we nu doen. De kinderen veranderen. We gaan uit van wat de kinderen nodig hebben en daar passen wij onze werkwijze op aan.”

Voor meer informatie, zie:
www.stichting-bram.nl
https://m.youtube.com/watch?v=UXz-goJvMT4

Interview met Marjon de Vries
11/09/2019
Joke Visser