Leren van en over elkaar

Wetenschappelijk onderzoek

Onderzoek naar de houding van leerlingen en hun ervaringen met leeftijdsgenoten met ernstig meervoudige beperkingen

Kinder Samen naar School

Situatieschets voor leerlingen:

Job is een jongen van jouw leeftijd en hij is net hierheen verhuisd. Stel je voor dat hij binnenkort bij jou in de klas komt. Job kan goed horen en zien, maar leren vindt hij heel moeilijk. Job heeft vaak een eigen juf die hem helpt bij het leren. Hij zit in een rolstoel die hij zelf kan besturen en kleine stukjes kan hij lopen. Job vindt het moeilijk om te spelen, omdat hij snel afgeleid is. Omdat Job niet kan praten maakt hij vaak gromgeluiden of lacht bijvoorbeeld als hij iets leuk vindt. Job houdt heel erg van muziek, hij kan heel lang met een muziekdoosje spelen.

Deze situatieschets geeft een (stereotype) beschrijving van een kind met ernstige en meervoudige beperkingen (emb). Deze kinderen gaan vaak naar het speciaal onderwijs of een kinderdagcentrum, waar doorgaans nauwelijks tot geen contact is met leeftijdsgenoten zonder beperkingen. In een Samen naar School klas is dit wel mogelijk.

Leerlingen zoals Job kunnen in een Samen naar School klas onderwijs en zorg krijgen die past bij hun ondersteuningsbehoefte. Omdat een Samen naar School klas is gehuisvest binnen de muren van een reguliere school kan dit zorgen voor meer onderling contact tussen de kinderen van de Samen naar School klassen, en leerlingen van de reguliere school. Op basis van eerder uitgevoerd (internationaal) onderzoek is het de verwachting dat dit contact positief bijdraagt aan de houding van leerlingen tegenover leeftijdsgenoten met een emb. Het contact met de Samen naar School klassen wordt onder andere gestimuleerd door de inclusiemomenten: kinderen van de Samen naar School klas sluiten aan bij activiteiten of lessen in de reguliere klas.

In één van de deelstudies van het effectonderzoek naar de Samen naar School klassen is gekeken naar de houding van leerlingen, en de ervaringen van leerlingen in het contact met kinderen van de Samen naar School klas. Er zijn gegevens verzameld bij 744 leerlingen, verspreid over 9 verschillende basisscholen: vijf scholen met een Samen naar School klas, vier scholen zonder een Samen naar School klas (de controle groep). De leerlingen zaten in groep 4 t/m 8.

Aan de leerlingen is gevraagd een vragenlijst in te vullen die hun houding tegenover leeftijdsgenoten met emb in kaart brengt. De leerlingen kregen allereerst de situatieschets over Job te lezen (zie kader). Daarna werden er stellingen voorgelegd, waar Job ook in terugkwam. Een voorbeeld van een stelling uit de vragenlijst is: Ik zou proberen om uit de buurt van Job te blijven.

Naast het invullen van de vragenlijst zijn er gesprekken met 22 leerlingen uit groep 5 t/m 8 gevoerd over hun ervaring in het contact met kinderen van de Samen naar School klas. Deze leerlingen zijn afkomstig van 3 scholen die een Samen naar School klas hebben. De leerlingen waar mee gesproken is zijn geselecteerd door de leerkracht en hadden allemaal ervaring in het contact met kinderen uit de Samen naar School klas.

Wat vinden leerlingen van leeftijdsgenoten met emb?

Gemiddeld genomen zijn leerlingen positief over leeftijdsgenoten met emb. Leerlingen zijn het meest positief over de stelling dat ze zouden opkomen voor leerlingen zoals Job als hij zou worden gepest, en dat ze helemaal niet uit de buurt zouden blijven van leerlingen zoals Job. Er is geen verschil in de gemiddelde scores tussen leerlingen van een school met een Samen naar School klas, en leerlingen uit de controle groep.

Jongens en meisjes verschillen wel van elkaar in hun houding: meisjes zijn significant meer positief dan jongens. De leeftijd van leerlingen heeft geen invloed op de scores.

Wat zijn de ervaringen van leerlingen in het contact met kinderen van de Samen naar School klas?

Uit de gesprekken met de leerlingen wordt duidelijk dat het contact dat de leerlingen hebben met de kinderen uit de Samen naar School klas verschilt per school. Op één van de scholen wordt er gewerkt met maatjes, waarbij leerlingen langere tijd aan elkaar gekoppeld zijn. Op de andere twee scholen wordt er gewerkt met inclusiemomenten en sluiten kinderen uit de Samen naar School klas aan bij activiteiten wanneer dat mogelijk is.

Aan de leerlingen is gevraagd wat ze doen tijdens de inclusiemomenten. Het merendeel van de leerlingen geeft aan ‘sociale activiteiten’ te doen (27 keer genoemd), zoals bijvoorbeeld samen spelen, wandelen, of knutselen. Veel leerlingen gaven ook aan dat ze de kinderen regelmatig ergens mee helpen, zoals bijvoorbeeld veters strikken of helpen met knutselen. Het bieden van een helpende hand is 18 keer door leerlingen genoemd. Motiveren doen de leerlingen ook regelmatig door de kinderen met emb te stimuleren het zelf te doen (9 keer genoemd). Het volgende citaat illustreert dit: “Dan zeg je bijvoorbeeld ‘doe het maar’ en als ze het dan moeilijk vinden dan help je ze en dan help je ze in het begin wat meer en dan help je ze steeds wat minder zodat ze het zelf doen.”

Leerlingen helpen de kinderen uit de Samen naar School klas ook bij het leren, zoals het oefenen van woordjes. Dit is 8 keer genoemd. Één van de bevraagde leerlingen zegt hierover: “Ik wil dat die kinderen later als ze groot zijn ook dingen kunnen zeggen’’.

Wat leren leerlingen van de kinderen uit de Samen naar School klas?

Bijna alle leerlingen geven aan wel iets te hebben geleerd van de kinderen met emb bij hun op school (19 van de 22 leerlingen). Één van de leerervaringen van een leerling is als volgt beschreven: “Ik heb geleerd om met ze om te gaan en ik heb geleerd om met andere ogen naar ze te kijken’’. Andere leerervaringen zijn dat ze respect hebben gekregen voor de kinderen uit de Samen naar School klas, dat ze er aan gewend raken en dat ze heel aardig zijn.

Eenentwintig leerlingen denken dat de kinderen met emb ook wat van hen leren, zoals meer zelfstandigheid, en het hebben van contact met kinderen die niet beperkt zijn. Minder verlegen zijn in het contact met de leerlingen is ook genoemd.

Hoe denken leerlingen over kinderen met emb bij hun op school?

Op de vraag wat leerlingen ervan vinden dat de kinderen met emb bij hun op school zitten geven alle 22 leerlingen aan dat ze het een meerwaarde vinden dat de kinderen met emb bij hun op school zitten. Redenen hiervoor zijn dat ze leuk vinden. Daarnaast wordt ook genoemd dat leerlingen het bijzonder, goed en het gezellig vinden. De volgende citaten illustreren dit: “Je komt dan echt in contact met ze en dat is speciaal’’, “Dan worden ze verbonden met andere kinderen’ en ‘Dan leren normale kinderen dat het eigenlijk heel normaal is’’.

Uit de gesprekken blijkt dat er 88 positieve uitspraken zijn gedaan over het contact met kinderen uit de Samen naar School klas. Dit is een top 3 van positieve punten die het vaakst zijn genoemd: 

  • Het positieve contact dat de reguliere leerlingen hebben met de kinderen met emb
  • Dat de kinderen met elkaar kunnen lachen
  • Dat de reguliere leerlingen heel blij worden van de omgang met kinderen met emb

Een aantal uitspraken die de leerlingen hierover doen zijn: “Ik kom in contact met ze en dat is heel speciaal’’, “Ik ga er altijd met een blij gevoel heen en ik kom ook altijd met een blij gevoel weer terug’’, “Ik vind het leuk om zulke kinderen te helpen’’, “Het is gewoon anders dan op ander scholen’’.

Er worden ook enkele negatieve uitspraken gedaan. Dit is een top 3 van negatieve punten die het vaakst genoemd zijn:

  • Geluiden/bewegingen van de kinderen met emb die de reguliere leerlingen afleiden
  • Bepaalde dingen die de kinderen met emb niet kunnen
  • Veel aandacht dat naar de kinderen met emb gaat

Een aantal uitspraken die de leerlingen hierover doen zijn: “Dat ze soms niet kunnen terug praten. Dat vind ik gewoon een beetje jammer’’, “Soms is ze wel een beetje hard aan het praten in haarzelf dus dan vind ik het wel vervelend want dan kun je je niet concentreren op je werk’’. Er wordt ook genoemd dat er binnen een klas veel aandacht gaat naar de leerling met emb: “Ik vind één wel genoeg want anders wordt het wel iets te druk. Want er gaat veel aandacht naar ….., maar niet te veel’’.

Denken leerlingen anders over kinderen van de Samen naar School klas door het contact dat ze hebben?

Dertien leerlingen geven aan dat het contact met de kinderen uit de Samen naar School klas hen heeft veranderd in hun denken. De volgende uitspraken laten dit zien: “Ik dacht vroeger dat ze nog iets minder konden dan dat ze echt kunnen’’ en “Nou eerst dacht ik wel: dit wordt lastig om er mee te spelen maar ze zijn wel gewoon een beetje normaal zeg maar’’

Van de 22 leerlingen die bevraagd zijn, geven 17 aan dat ze bevriend zijn met een kind uit de Samen naar School klas. Leerlingen die vaker contact hebben geven dit vaker aan dan leerlingen die minder vaak contact hebben.

Aan het einde van het gesprek is leerlingen gevraagd: ‘Als je ervoor mocht kiezen; zou je dan wel of niet willen omgaan met deze kinderen’. Alle leerlingen hebben met ‘ja’ gereageerd op deze vraag. Redenen die hiervoor worden gegeven zijn voornamelijk dat ze het leuk vinden om met deze kinderen om te gaan (10 keer genoemd). Daarnaast worden ook als redenen gegeven dat het leerzaam en bijzonder is (beide 3 keer genoemd). Ook is aangegeven dat de kinderen aardig en lief zijn (5 keer genoemd) en één leerling gaf aan dat ze het belangrijk vindt dat de kinderen uit de Samen naar School klas ook dingen leren.

Wat betekenen de uitkomsten?

Dit deelonderzoek laat zien dat leerlingen gemiddeld genomen een positieve houding hebben tegenover leeftijdsgenoten met emb. Er lijkt weinig terughoudendheid te zijn in hun houding als het gaat om het aangaan van contact met kinderen met emb. Er is geen verschil gevonden in de houding van leerlingen tussen beide groepen (leerlingen van een school met een Samen naar School klas, en leerlingen uit de controle groep). Dit kan komen doordat er een grote leerlingen bevraagd is, en niet alle leerlingen van de scholen met een Samen naar School klas frequent contact hebben.

Met die reden zijn leerlingen die wél frequent contact hebben bevraagd naar hun ervaringen hiermee. Leerlingen leren op verschillende vlakken van het contact en kinderen met emb leren op hun beurt weer van hen. Het contact tussen de kinderen zorgt ervoor dat ze met andere ogen kijken naar kinderen met emb, dat ze meer respect krijgen, en dat er vriendschappen ontstaan.

Regelmatige inclusiemomenten en een structureel contact tussen kinderen is belangrijk om deze uitkomsten te realiseren. Om ook andere klasgenoten positief te beïnvloeden kunnen leerlingen die vaak contact hebben hierin als bruggenbouwer fungeren. 

——————————————————————–

Anke de Boer (2020). Leren van, en over elkaar: onderzoek naar de houding van leerlingen, en hun ervaringen met leeftijdsgenoten met ernstige meervoudige beperkingen. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.  Meer informatie over het onderzoek of de Samen naar School klassen is op te vragen via: anke.de.boer@rug.nl of jvisser@nsgk.nl. Dit deelonderzoek maakt onderdeel uit van het onderzoek naar de effecten van de Samen naar School klassen. Dit onderzoek is medegefinancierd door het Gehandicapte Kind, en de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Leren van en over elkaar
07/10/2020
Joke Visser