Andere kenmerken van de Samen naar School-klas
Inclusiviteit en thuisnabij onderwijs zijn dus belangrijke kenmerken van een Samen naar School-klas, maar er zijn er meer. Ze gelden zowel voor klassen in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. De belangrijkste zijn:
- het gaat om leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften
- de klas is klein en levert maatwerk
- er is een integraal aanbod van onderwijs en zorg
- school en klas brengen inclusie dagelijks in de praktijk (‘sociale inclusie’ én ‘onderwijskundige inclusie’)
- het schoolgebouw is toegerust op de Samen naar School-leerlingen
Leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften
Kinderen of jongeren met een handicap vormen geen homogene groep. Ze kunnen verstandelijke of fysieke beperkingen hebben, of een combinatie van beide. Het kan ook gaan over autisme of gedragsproblematiek. Daarbij verschilt de zwaarte van de beperkingen. De Samen naar School-klassen hebben geen vastomlijnde doelgroep. Wel zitten er in de meeste klassen leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften op het snijvlak van onderwijs, jeugdhulp en zorg. Vaak gaat het om kinderen of jongeren die niet goed op hun plek zijn in het speciaal onderwijs en/of enige tijd thuis hebben gezeten. De Samen naar School-klas biedt maatwerk en kleine groepen waardoor deze leerlingen vaak beter tot hun recht komen.
Het is belangrijk om bij de start van een klas goed na te denken over welke leerlingen je onderwijs en zorg kunt bieden. Soms is het nodig dat een klas de doelgroep afbakent, ook al voelt dit niet fijn vanuit de inclusiegedachte. Een reden voor afbakening kan zijn dat de ondersteuning die nodig is voor meervoudig beperkte kinderen niet goed te combineren valt met bijvoorbeeld de zorg voor leerlingen met autisme. Verder hebben de meeste leerlingen baat bij de prikkelarme omgeving die de Samen naar School-klas biedt, maar moeten ze tegelijkertijd tegen de reuring van een school kunnen. Is dit laatste niet het geval, dan is de klas niet geschikt voor de betreffende leerling. Ook kinderen of jongeren die externaliserend gedrag vertonen en daarmee mogelijk een gevaar zijn voor zichzelf of voor anderen, kunnen lastig te plaatsen zijn. En als voor een leerling verpleegtechnische handelingen nodig zijn (zoals vervanging van het toedieningssysteem van sondevoeding), maar er is geen professional met een BIG-registratie beschikbaar, dan kan dat een reden zijn om de leerling te weigeren. Overigens zijn er klassen die deze leerlingen wel toelaten en op gezette tijden een BIG-geregistreerde professional in het lokaal laten komen. Dat kan een verpleegkundige zijn die door de ouders wordt ingehuurd.
De doelgroep van de klas kun je bepalen met behulp van het doelgroepen model SO of VSO: een hulpmiddel voor het bepalen van de onderwijsbehoeften van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De onderwijszorgadviseurs van Stichting het Gehandicapte Kind kunnen hierbij helpen.
Kleine groepen en maatwerk
De groep is meestal klein (6 of 8 leerlingen). Dat maakt maatwerk mogelijk. Daarbij helpt het dat er dagelijks relatief veel personeel aanwezig is, ook voor zorgtaken. Vaak staat er een leraar op de groep samen met meerdere zorgmedewerkers en/of onderwijsassistenten. Zij zijn uiteraard allemaal gekwalificeerd.
Maatwerk is in het basisonderwijs ook mogelijk doordat de Samen naar School-klassen zijn vrijgesteld van de uitstroomprofielen (praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo). De leerlingen hoeven geen eindtoets te maken. De klas kan daardoor met een nieuwe leerling eerst werken aan het halen van zorgdoelen (zich veilig voelen bijvoorbeeld) en pas daarna aan onderwijs- of ontwikkeldoelen. Kinderen kunnen zich in hun eigen tempo en op hun eigen manier ontwikkelen – nodig omdat het immers op andere manieren in het onderwijs niet lukt. Leerlingen stromen uit naar het voortgezet speciaal onderwijs (cluster 3), dagbesteding of arbeid.
In het voortgezet onderwijs hebben de Samen naar School-klassen deze vrijstelling van einddoelen en uitstroomprofielen nog niet. Er zijn al enkele Samen naar School-klassen in het middelbaar onderwijs, maar hun leerlingen zijn niet ingeschreven in de school. Samen met Stichting het Gehandicapte Kind, het Steunpunt Passend Onderwijs en het ministerie van OCW wordt verkend welke wettelijke aanpassingen er moeten komen en welke uitvoeringsproblemen moeten worden opgelost.
Een integraal aanbod van onderwijs en zorg
Een Samen naar School-klas kan onderwijs én zorg bieden. Vrijwel allemaal doen ze dat ook. Wat de verhouding tussen onderwijs en zorg is, verschilt per klas. Dit is afhankelijk van wat de leerlingen nodig hebben. Elke leerling krijgt een persoonlijke aanpak, gebaseerd op zijn of haar ontwikkelmogelijkheden en de benodigde zorg. Behalve een leraar en/of een onderwijsassistent zijn er professionele zorgmedewerkers in de klas aanwezig. Ook kunnen ergotherapeuten, logopedisten of fysiotherapeuten naar de school komen. Een heel enkele keer heeft een Samen naar School-klas géén zorgcomponent. In dat geval hebben leerlingen geen extra zorg nodig, maar wel (zeer) intensieve onderwijskundige begeleiding.
De expertise die nodig is voor de onderwijs-zorgcombinatie van een Samen naar School-klas, kan de school ook inzetten voor de leerlingen in de reguliere klassen. Zo wordt de ondersteuningsstructuur van de hele school versterkt.
De financiering van dit integrale aanbod verschilt ook. In de meeste gevallen zijn de leerlingen ingeschreven bij de reguliere school en komt het geld uit de basisbekostiging van de rijksoverheid, aangevuld met extra ondersteuning van het regionale samenwerkingsverband. De benodigde zorg wordt betaald uit zorgbudgetten die in beheer zijn van de gemeente of van de ouders van de kinderen. Om deze te kunnen besteden, moet een zorgaanbieder eindverantwoordelijk zijn voor de zorg in de klas. Lees meer over de beschikbare middelen via onderwijs- en/of zorgfinanciering.
De school steunt inclusie én brengt het principe in praktijk
Het hele team van de school (en het bestuur) waarin de Samen naar School-klas is gevestigd, steunt de inclusiegedachte. Die gedachte is vastgelegd in het beleid. Ze wordt in praktijk gebracht door zo veel mogelijk inclusiemomenten te organiseren. Het gaat om momenten voor ‘sociale inclusie’ (ontmoetingen op het schoolplein, de gezamenlijke eindmusical of de Sinterklaasviering) én om momenten voor ‘onderwijskundige inclusie’ (de Samen naar School-leerling sluit aan bij leermomenten in de reguliere lessen).
Ook voor de leerlingen uit het reguliere onderwijs heeft de Samen naar School-klas meerwaarde. Veel leerlingen in de bovenbouw van de basisschool lezen graag voor aan de Samen naar School-leerlingen, of ze helpen op een andere manier tijdens de les. Daarnaast zijn er leerlingen uit het reguliere onderwijs die in de Samen naar School-klas even tot rust kunnen komen. Leerlingen van middelbare scholen kunnen bijvoorbeeld tijdens hun wekelijkse praktijkuur een activiteit doen in de klas (een tillift leren gebruiken of een oefening doen met een kind dat visueel beperkt is). De insteek is dat álle leerlingen van de school baat hebben bij de inclusiemomenten.
Het gebouw en het lokaal zijn toegerust op de Samen naar School-leerlingen
De school en de Samen naar School-klas brengen de inclusiegedachte ook in praktijk door te zorgen voor fysieke toegankelijkheid van het gebouw voor alle leerlingen én voor hun fysieke veiligheid. Het lokaal van de Samen naar School-klas is aangepast aan de doelgroep en het benodigde maatwerk. Zo nodig is er een aparte verschoningsruimte en aangepast sanitair.