Foto verhaal van Stichting Kanz

Dit hoort allemaal in een arbeidsovereenkomst

Voordat je een arbeidscontract opstelt, heb je een aantal zaken nodig van je nieuwe werknemer. Het belangrijkste is een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet ouder is dan 6 maanden. Een VOG is verplicht voor mensen die in het onderwijs werken. Justis, de overheidsdienst die VOG’s afgeeft, heeft een speciaal screeningsprofiel voor het onderwijs. Vraag ook om kopieën van diploma’s en (eventuele) registraties in zorgregisters.

Is dit allemaal gecheckt en in orde, dan stel je de arbeidsovereenkomst op. Hieronder vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het opstellen:

  1. Kies het type contract (bepaalde tijd, onbepaalde tijd, oproepcontract, et cetera).
  2. Vermeld de volledige namen, adres, geboortedatum en BSN van de werknemer en vermeld de volledige naam van je stichting, het adres en de bestuurder (die de stichting vertegenwoordigt).
  3. Omschrijf welke functie, werkzaamheden en verantwoordelijkheden de werknemer krijgt. Je kunt hiervoor ook verwijzen naar een functieprofiel als dat beschikbaar is.
  4. Geef aan hoeveel uur de werknemer gaat werken, geef de duur van het contract aan en, indien gewenst, de werktijden. Noem altijd de begindatum van de overeenkomst en noem bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd/tijdelijk contract ook altijd de einddatum.
  5. Vermeld of er een proeftijd van toepassing is en zo ja, hoelang deze duurt. Let op: voor de proeftijd gelden wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (Boek 7, titel 10).
  6. De primaire arbeidsvoorwaarden, zoals: vakantiedagen het salaris, de werktijden en het aantal werkuren per week, vakantiedagen en vakantiegeld, overwerken, pensioen en eventuele onkostenvergoedingen.
  7. De secundaire arbeidsvoorwaarden, dat wil zeggen: alle beloningen die de werknemer boven op de primaire arbeidsvoorwaarden krijgt. Dit kunnen financiële zaken zijn, zoals een bonus of een dertiende maand, maar ook niet-financiële zaken, zoals een telefoon van de zaak of opleidingsmogelijkheden.
  8. Geef de opzegtermijn voor beide partijen aan en geef ook aan hoe er opgezegd kan worden. Let op: hier zijn wettelijke bepalingen voor opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (Boek 7, titel 10, o.a. artikel 7:672 BW). Ook zijn er vaak afspraken over gemaakt in de cao.