Alle verhalen

Het is niet meer van deze tijd om kinderen apart naar school te laten gaan

Apart naar school gaan is niet van deze tijd.

“Als het er niet is, dan moet ik het maar zelf gaan doen.” Met die nuchtere houding richtte Mary Korten in 2001 stichting KIO op. In Heinkenszand begon ze een dagopvang met slechts twee cliënten: haar zoon Joren van 12 en één ander kind. Inmiddels biedt de stichting in bijna heel Zeeland dagopvang, woonruimte, logeeropvang en ook onderwijs voor kinderen met een beperking.  

Ambitie om ergens de baas te worden had Mary nooit. Leidinggeven? Dat leek haar een hondenbaan. Ze werkte in het praktijkonderwijs en had het daar prima naar haar zin. Maar toen kwam het moment dat de dagopvang de zorg voor haar zoon Joren te complex vond. Hij functioneerde niet goed in een groep, dus moest met zijn 12 jaar naar de volwassenopvang. Dat zagen ze als ouders niet zitten. Een alternatief was echter niet voorhanden. En zo begon stichting KIO.  

Inmiddels is ze directeur van een organisatie met 160 medewerkers waar onder meer verschillende dagverblijven, groepswoningen, appartementencomplexen, een ontmoetingscentrum en een ijswinkel onder vallen. En elk jaar komt er – het lijkt Mary zelf bijna te verbazen – iets nieuws bij. “Al die dingen ben ik gaan doen naar aanleiding van een vraag”, vertelt Mary. “Het is nooit mijn bedoeling geweest om groot-groter-grootst te worden. Ik ben vooral de dingen gaan doen die nodig waren, vanuit de overtuiging: het kan anders in de zorg. Daar hoort voor mij ook de omgang met ouders bij. Met openheid en transparantie moet je hun vertrouwen verdienen. Dat houd ik altijd hoog in het vaandel.”  

Zo normaal mogelijk 

Toen Mary een paar jaar terug op NU.nl las dat er in Zeeland geen onderwijs bestond voor kinderen met een beperking, dacht ze: ‘Wacht even, maar dat dóen wij al’. Want in Lewedorp had een school twee lokalen over, waar een groepje meervoudig gehandicapte kinderen vanuit stichting KIO sinds 2017 – na de nodige aanpassingen van de lokalen – zorg kreeg. Nu gaan daar vijf kinderen naar school, gefinancierd vanuit de Jeugdwet en inmiddels ook formeel als leerling van de school. Vanuit die samenwerking is inmiddels ook in Heinkenszand een start gemaakt met een groepje 3- en 4-jarigen, wat een toekomstige Samen naar School-klas kan worden.  

Want ook de gedachte van Samen naar School is voor Korten zo klaar als een klontje. Elk kind moet de kans krijgen om zo normaal mogelijk te beginnen, vindt ze. “Ik heb zeker niet de illusie dat elk kind met een ontwikkelingsachterstand daarna een fantastische ontwikkeling gaat doormaken. Maar alleen al de contacten met andere kinderen, dat is enorm genieten. In plaats dat het gehandicapte broertje van een meisje op de basisschool in het verleden elke dag met een busje langsreed, kwamen ze nu samen naar school en kende iedereen zijn naam. En het is voor de andere kinderen sowieso goed om te leren dat er ook kinderen op de wereld zijn die wellicht wat minder bevoordeeld zijn.” 

Kruisbestuiving 

Het team en de teamleider die in Lewedorp werken, gedragsdeskundigen en Mary hebben volop in inclusie geïnvesteerd. Daardoor staat het team van de reguliere school open voor uitwisseling en komen ze zelf ook met voorstellen om samen op te trekken, bijvoorbeeld tijdens buiten spelen, themaweken, de feestdagen of de Kinderboekenweek. Dat een kind misschien lawaai maakt in de klas of wegloopt, vinden de leerkrachten geen probleem en de kleuters spelen samen buiten. “Al kan een kind maar vijf minuten aansluiten in de poppenhoek of bij het voorlezen, dan is dat mooi meegenomen.” 

Kruisbestuiving is hier het toverwoord. Dus: kijk waar je elkaar kan ondersteunen als je zorg en onderwijs combineert. Als een kind uit het regulier onderwijs bijzonder gedrag vertoont, kijkt een gedragskundige van KIO graag mee. En een kind met medische problemen kan gewoon persoonlijke verzorging krijgen binnen school vanuit KIO.  

Zeker in het dunbevolkte Zeeland ziet Mary ruimte voor groei van Samen naar School-klassen. “Het is niet meer van deze tijd om deze kinderen apart te houden, toch?”